Blog

Handboek Tai-Chi Chuan

Waar vindt onze stijl nu eigenlijk zijn oorsprong?  29 oktober 2017

Een van de aanraders in het landschap van boeken over onze sport, is het Handboek Tai-Chi Chuan van Wong Kiew Kit.  Wong geeft een blik op de ontwikkeling van de verschillende stijlen van Tai Chi Chuan.  Wong geeft – als beheerder van een Shaolinklooster – een dieper inzicht in de stijl die we beoefenen. Je vindt er een goed beeld van de verschillende stijlen Chen, Yang, Wu en Sun en iets meer over hun oorsprong.

Het is het eerste boek waarin de schets van de ontwikkelingsgeschiedenis van Tai Chi Chuan niet vertrekt vanuit verschillende mogelijke  scenario’s.  Nee, Wong schetst een rechtlijnige ontwikkeling vanuit de Wudang Kungfu naar de vier verschillende stijlen (Chen, Yang, Wu, Sun,…) zoals die nu bekend zijn.  Ik gebruik hier slechts de elementen die belangrijk zijn voor onze stijl.

De zevendertig vormen van Tai Chi Chuan vinden hun oorsprong in de Lange Vuist (Chanquan) van de Wudang stijl (ongeveer 7de eeuw voor onze jaartelling) , waarvan de vertegenwoordigers enkele kluizenaars en priesters waren. De term ‘Tai Chi Chuan’ kwam voor het eerst voor in de klassieke tekst Guan Jing WU Hui Fa van Chen Ling Xi in de 10 de eeuw). Zie de link naar Wudang 28 voor enkele treffende gelijkenissen, trouwens… (zie ook de filmpjes erna… Ik stuurde trouwens al ooit de wondermooie Watersong vorm, ook Wudang)

Het was echter Zhang San Feng, een Shaolin monnik uit de 13 de eeuw die op de Paarse Top van het Wudang- gebergte, Tai Chi Chuan in een populaire theorie en praktijk goot.  Hij nam afstand van externe oefenpraktijken en verbond de inzichten uit Kung Fu en Chi Kung en de  Zen in een nieuwe innerlijke Kung Fu vorm.  Er zijn trouwens heel wat historische bronnen die bewijzen dat de ontwikkeling van Tai Chi Chuan zijn oorsprong vindt in de Wudang Kungfu, die men onderscheidde van de Shaoling Kungfu.  Er is ook bron die getuigt dat de Wudang-kunst werd doorgegeven door Wang Zong Yue aan de Chen familie in Chen Jiao Gou.

Chen Wan Ting

Nu komt het. Chen Wang Ting, een generaal op rust uit de Ming-dynastie heeft deze vorm later verfijnd.  Hij leerde zijn technieken hoogstwaarschijnlijk zowel uit het Shaolin-klooster uit de buurt, uit het leger van generaal Qi Ju Quang (die ook een Kungfu-klassieker schreef waarin de Chen Stijl principes naar voor kwamen) en ook van Wang Zong Yue die verschillende jaren in Chen dorp verbleef.

Chen Wang Ting schreef het Klassieke ‘geschrift van het Gele Paleis’ waaruit zijn filosofische bijdrage blijkt.  De Chen-stijl werd oorspronkelijk enkel aan familieleden doorgegeven.

Er waren een viertal bekende varianten, de Oude vorm, de Nieuwe vorm, de Kleine vorm. Enkel de nieuwe of  Zhao Bao-vorm werd aan leerlingen van buiten de familie aangeleerd. De Grote vorm was een vierde variant later zou de basis leggen voor de Yang Stijl.  Het was Yang Lu Chan, die al zijn bezittingen verkocht om als bediende bij de familie van Chen Chang Xing te werken die de Chen Stijl naar de Yang Stijl zou vertalen.  Hij won als enige niet-familie de waardering van de Chen-Clan en werd aanvaard als leerling door Chen Chang Xing nadat hij de vorm vele avonden vanop afstand volgde.

Gedurende drie opeenvolgende generaties  zou Tai Chi Chuan zich laten ontwikkelen van de vechtkunst van Yang Lu Chang, tot de gezondheidsoefeningen van Yang Deng Fu, diens kleinzoon.  Hij verwijderde de sprongen , de stampen en de stoten die geschikt waren voor het vechten en ontwikkelde de Grote vorm in een verfijnde dans, hoewel hij zelf een uitstekend vechter was.

Hier schuilt volgens Wong Kiew Kit het gevaar. Vandaag zijn er vele leerkrachten die een soort dansoefeningen aanbieden na een paar introductieweekends, zonder dat ze daarbij de energie hebben om op een stoel te springen of achter een bus te rennen.   Dat maakt ze enkel tot meester in ‘vuisten met bloemetjes en geborduurde trappen’….

Zonder de aandacht voor het martiale aspect vanuit Wudang is het zelf niet evident om de lenigheid, gezondheid en fitheid en uithoudingsvermogen te krijgen die inherent in de oorsprong van de vorm zijn vastgelegd.  Hiermee is niet gezegd dat de Wudang Stijl superieur zou zijn aan de andere vormen… maar het is eveneens een mooie vorm.

Groet,

Steven



De kunst van de rechte lijn (augustus 2017)

KF2003Jun_cover

Ondertussen is Lou Reed – de frontman van The Velvet Underground – reeds een viertal jaar gestorven.  De meeste van hem zullen zijn muzikale repertoire wel enigszins kennen.  Maar wist je eigenlijk al dat hij zich reeds vroeg – na zijn echte jaren van drugs & rock&roll – liet inspireren door Taijiquan? Meer bepaald door de Chen  Stijl?

Sinds de jaren tachtig was hij in de ban van Kungfu. Hij volgde een tiental jaar lang Wu stijl – Taijiquan. Toen hij een videofragment zag over Chen Stijl, werd hij op slag verliefd.  Dit was de stijl die bij hem paste. Sinds 2002 werd hij student  bij Ren Guang Yi, die vanuit New York lesgeeft in de Chen Stijl.  Master Ren zelf is student van Chen Qiaowang.

Lou Reed beheerste de gewone vormen en wapens, maar ook een speciale 21-vorm die Master Ren speciaal voor hem creëerde.

Wanneer Reed op tournee ging, nam hij master Ren vaak mee, als personal trainer, maar ook om de Chen-stijl een podium te geven.  Ren trakteerde het rockpubliek tijdens zijn gitaarconcerten op verschillende Chen-demonstraties van de vormen en de wapens.

Geen twijfel mogelijk dat Lou Reed zich ook muzikaal liet inspireren door de filosofie achter Taijiquan.  En omgekeerd: Lou liet ook een grote indruk na op Ren. Dat merk je nog steeds en niet alleen op muzikaal vlak. Ren drukte meermaals uit dat hij heel gelukkig was met Lou als interne student.  Hij trainde elke dag een aantal uren, zelfs voor en na de les. (Ah… de ideale student, mijmert dan elke taijiquanleraar. 🙂 )

8537_Lou-Reed-deep-stance

Laat je eventjes vervoeren door het volgende beeldfragment ‘The Art of the Straight Line’ over Lou Reeds ervaringen en (harde) lessen met Chen Taijiquan.